Je powerbank van drie jaar geleden voelde nog als een wonder. Vijf uur extra schermtijd uit een blokje plastic, wat wil je nog meer. Maar sinds dit jaar is er iets veranderd in de powerbankwereld, en als je nog met die oude 18 watt-versie rondloopt, laad je eigenlijk op zoals in 2021.
De oorzaak is een nieuwe laadstandaard die eindelijk mainstream is geworden: USB-PD 3.1. Die maakt laadsnelheden tot 140 watt per poort mogelijk, ruim zeven keer zo snel als de 20 watt die de meeste telefoonopladers nog aankunnen. Het resultaat is dat een powerbank niet langer alleen je telefoon bijvult, maar ook je MacBook Pro, je Nintendo Switch 2 of je spiegelreflexcamera in een halfuur een flinke oplaadbeurt geeft.
Wat er dit jaar echt veranderd is aan powerbanks
USB-PD 3.1 bestaat al een paar jaar op papier, maar pas nu zitten de chips erin die het betaalbaar maken voor consumentenproducten. Fabrikanten als Anker, Ugreen en Baseus brengen allemaal modellen uit met GaN-techniek (gallium nitride), waardoor de elektronica kleiner en koeler blijft bij hoog vermogen. Het gevolg: een powerbank die vroeger zo groot was als een baksteen, past nu in een jaszak en levert tegelijk meer vermogen.
De Anker Prime met 27.650 mAh is het model waar reviewers het meest over spreken. Hij haalt 250 watt totaal, met 140 watt op de snelste USB-C-poort, en heeft een klein LCD-scherm dat precies laat zien hoeveel vermogen elke poort op dat moment trekt. Concurrenten zoals de Sharge 170 bieden vergelijkbare specificaties voor een lagere prijs, al mis je dan soms het scherm of de bouwkwaliteit.
Niet elk apparaat profiteert evenveel
Hier zit de kanttekening die lang niet elke winkel je vertelt: de meeste telefoons en zelfs veel laptops ondersteunen die volle 140 watt helemaal niet. Een iPhone laadt bijvoorbeeld nooit sneller dan ongeveer 27 watt, hoe krachtig je powerbank ook is. Waar het verschil wel voelbaar is, is bij een 16-inch MacBook Pro, een gamehandheld zoals de Switch 2 of Steam Deck, of wanneer je meerdere apparaten tegelijk aansluit zonder dat de snelheid instort.
Voor wie vooral een telefoon oplaadt, is een duur 140 watt-model dus zonde van het geld. Kijk in dat geval naar iets compacter met 65 tot 100 watt, zoals de Ugreen PB550, die ruim voldoende is voor telefoon en oordopjes samen. Dat is vooral handig onderweg, bijvoorbeeld wanneer je naast je telefoon ook oordopjes zoals de Sony WF-1000XM6 tussen twee vergaderingen door via USB-C bijlaadt.
Waar je op moet letten voordat je iets koopt
- Capaciteit versus gewicht. Meer mAh betekent meer gewicht. Voor dagelijks gebruik is 10.000 tot 20.000 mAh ruim voldoende, tenzij je echt meerdere dagen zonder stopcontact moet overleven.
- Het aantal poorten. Eén USB-C-poort is krap als je ook nog een smartwatch of camera wilt bijladen. Twee tot drie poorten met slimme vermogensverdeling is prettiger in de praktijk.
- Certificering. Let op een CE-markering en, als je kunt vinden, of het model door een onafhankelijke instantie is getest. Goedkope no-name banken van onbekende merken zijn een reëel brandrisico.
- Doorvoerladen. Sommige modellen laden zichzelf op terwijl ze ook je telefoon voeden (pass-through charging). Praktisch als je 's avonds alles tegelijk aan het stopcontact hangt.
Ga je het weekend op pad met een outdoorwatch zoals de Garmin Instinct 3, dan heb je eigenlijk nooit veel vermogen nodig. Die horloges gaan dagen mee op een enkele lading, dus daar is een kleine 65 watt-powerbank al meer dan genoeg.
De vliegtuigregel die iedereen vergeet
Ga je met je nieuwe powerbank op vakantie, dan geldt er een harde grens. Volgens de regels van de Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA, die internationaal als referentie wordt aangehouden, mag je zonder toestemming van de luchtvaartmaatschappij een powerbank tot 100 wattuur (Wh) meenemen in je handbagage. Tussen 100 en 160 Wh heb je toestemming vooraf nodig, en daarboven mag het apparaat helemaal niet mee. In het ruim mag een powerbank sowieso nooit, alleen in de cabine.
Reken het om: een powerbank van 27.000 mAh op 3,7 volt komt uit op ongeveer 100 Wh, precies op de grens. Kijk dus niet alleen naar de mAh op de verpakking, maar zoek het wattuur-getal op het apparaat zelf op voordat je incheckt.
Dit is wat je dit jaar anders doet bij de aankoop
De vuistregel is simpel: koop vermogen dat past bij wat je daadwerkelijk oplaadt, niet bij het hoogste getal op de doos. Laad je vooral een telefoon en oordopjes, dan is 65 watt ruim genoeg en bespaar je al snel vijftig euro. Reis je met een laptop, drone of andere stroomvreter, zoals de accu's van de DJI Neo 2 die je onderweg wilt bijvullen, dan is de stap naar 140 watt wel de investering waard. En check altijd het wattuur-label voordat je naar Schiphol vertrekt, want de grens van 100 Wh is strenger dan de meeste mensen denken.